ECLI:NL:HR:2026:257
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak tegen Sociale Verzekeringsbank
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Wet langdurige zorg. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijft in stand.