Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
Resumerend: anders dan de rechtbank suggereert zijn uitlatingen van de Tweede Kamer die binnen de context van het wetgevingsproces zijn gedaan wel degelijk van belang bij een wetshistorische interpretatie van die wetgeving. Het betrekken van uitlatingen van die Kamerleden en de minister of ministers bij de vraag welke betekenis aan onderdelen van wetgeving moet worden gegeven is niet in strijd met de trias politica, maar is bij uitstek het geven van uitvoering aan de taakstelling die binnen die trias politica aan de rechterlijke macht is toebedeeld. De wetsgeschiedenis laat er in dit geval geen misverstand over bestaan wat de bedoeling van de meerderheid van de Tweede Kamer in diens rol van wetgever was met de inzet van burgerinfiltranten, en deze luidt dat de inzet van een criminele burgerinfiltrant nadrukkelijk niet toelaatbaar werd geacht.
2. Algemeen standpunt van de verdediging
3.Algemeen standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Oordeel van het hof
dat Minister Grapperhaus – zij het via een in beknoptheid uitblinkende brief – op 21 maart 2019 toestemming heeft verleend voor de inzet van criminele burgerinfiltrant in het onderzoek Vidar.
Hoofdstuk 1. ALGEMEEN
- het soort zaken waarin een criminele burgerinfiltrant is ingezet;
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
10 februari 2026.