ECLI:NL:HR:2026:138
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van het beroep in cassatie tegen uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 30 januari 2026 uitspraak gedaan in het beroep in cassatie van belanghebbende, aangeduid als [X], tegen een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, gedateerd 14 juli 2025. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter indien dit bij wet is bepaald. In dit geval is er geen wettelijke bepaling die het mogelijk maakt om in cassatie te gaan tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarom heeft de Hoge Raad besloten het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om een veroordeling in de proceskosten uit te spreken, wat betekent dat elke partij zijn eigen kosten draagt. De uitspraak is gedaan door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, samen met de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum.