ECLI:NL:HR:2026:1287
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over fiscale woonplaats na 2016 en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een Nederlandse belastingplichtige met woningen in Nederland en Zwitserland, voerde in cassatie beroep tegen het oordeel van het hof dat hij in de jaren 2011 tot en met 2017 fiscaal inwoner van Nederland was. Het hof baseerde dit oordeel onder meer op een door de Inspecteur opgesteld Excel-overzicht met verblijfdata tot medio 2016.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel over de woonplaats vanaf medio 2016 niet voldoende heeft gemotiveerd, omdat het overzicht geen gegevens over die periode bevat. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het hofarrest dat betrekking heeft op de navorderingsaanslag over 2016 en de aanslag over 2017 en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor nader onderzoek.
Verder benadrukt de Hoge Raad dat de bewijslast voor het aantonen van de fiscale woonplaats na medio 2016 bij de Inspecteur ligt. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan door de Hoge Raad op 17 juli 2026.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de jaren 2016 en 2017 en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de fiscale woonplaats.