ECLI:NL:HR:2025:960
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen en reinigingsrecht
Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch die het hoger beroep behandelde tegen een beschikking van de gemeente Eindhoven over de waardering van onroerende zaken, een aanslag onroerendezaakbelastingen en een aanslag reinigingsrecht voor het jaar 2015.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het verweerschrift van het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven is buiten termijn ingediend en daarom niet in aanmerking genomen. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier en is op 20 juni 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.