Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde en het vierde cassatiemiddel
- zich meermalen hinderlijk in de directe omgeving van de woning van genoemde [benadeelde] op te houden en
- te bellen en
- zich op Instagram voor te doen als [naam] en
- genoemde [benadeelde] te volgen in de Albert Heijn
met het oogmerk die genoemde [benadeelde] te dwingen iets te doen en te dulden.”
Benadeelde heeft een uitgebreide slachtofferverklaring geschreven (bijlage) waarin hij op eigen wijze verwoordt hoe het misdrijf hem gedurende die periode in een greep heeft gehouden. Hij beschrijft hoe het zijn woongenot vergalde, hoe het zijn bewegingsvrijheid inperkte, hoe het zijn omgang met andere mensen beïnvloedde en hoe het op alle facetten van zijn leven een zware wissel trok.
Wettelijke grondslag immateriële schadevergoeding
Primair standpunt: Benadeelde maakt aanspraak op vergoeding van de geleden immateriële schade, omdat in artikel 6:106 sub a BW Pro wordt gesproken over ‘het oogmerk zodanig nadeel toebrengen’. Hieraan wordt voldaan, omdat (zoals omschreven staat in artikel 285b Sr.) verdachte het oogmerk om benadeelde te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen.
De omvang van de immateriële schadevergoeding dient naar billijkheid te worden vastgesteld. Volgens vaste jurisprudentie zijn onder andere richtinggevend voor de vaststelling van de omvang van het smartengeld:
- de aard en ernst van de normschending;
- de aard en ernst van het letsel;
- de aard, omvang en duur van de gevolgen.
Daarnaast dient er gekeken te worden naar toegewezen bedragen in vergelijkbare gevallen.
4.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
5.Beslissing
28 januari 2025.