ECLI:NL:HR:2025:95

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2025
Publicatiedatum
17 januari 2025
Zaaknummer
24/00829
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid OM in cassatie tegen gegrondverklaring klaagschrift teruggave beslag

Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin een klaagschrift van de klager tot teruggave van 23 shirts, een vest en een jas met teksten van een verboden motorclub gegrond werd verklaard.

Tegelijkertijd had de strafrechter in een strafzaak tegen de klager de inbeslaggenomen voorwerpen verbeurdverklaard. Hierdoor kon de eerdere beslissing tot teruggave niet meer worden uitgevoerd zonder de verbeurdverklaring te doorkruisen.

De Hoge Raad oordeelde dat het openbaar ministerie geen belang meer had bij het cassatieberoep tegen de beschikking tot teruggave, ook al was de strafrechterlijke beslissing nog niet onherroepelijk. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00829 B
Datum21 januari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 9 januari 2024, nummer RK 23/024045, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De raadsvrouw van de klager, R.S. van Es, advocaat in ’s-Hertogenbosch, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 9 januari 2024 waarbij een klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen (23 shirts, een vest en een jas) gegrond is verklaard.
2.2
Bij de stukken bevindt zich een afschrift van een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 februari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:915 in de strafzaak tegen de klager. In die uitspraak zijn de inbeslaggenomen voorwerpen waarvan de klager de teruggave heeft verzocht verbeurdverklaard.
2.3
In de bestreden beschikking is in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag een beslissing tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen gegeven. Nu de rechter in de strafzaak tegen de klager de inbeslaggenomen voorwerpen heeft verbeurdverklaard, kan aan die eerdere beslissing tot teruggave van diezelfde voorwerpen geen uitvoering meer worden gegeven omdat daarmee de door de strafrechter uitgesproken verbeurdverklaring zou worden doorkruist. Daaraan doet niet af dat de beslissing in die strafzaak nog niet onherroepelijk is. Dit brengt mee dat het openbaar ministerie geen belang heeft bij zijn beroep tegen de beschikking en daarin dus niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2025.