ECLI:NL:HR:2025:915
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting gemeente Den Haag
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 september 2024, waarin het hof het hoger beroep behandelde tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2022.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 13 juni 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.