ECLI:NL:HR:2025:827
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Toepassing premiekorting bij opvolgende dienstbetrekkingen en bewijslastverdeling
Belanghebbende exploiteert een uitzend- en detacheringsorganisatie en heeft voor meerdere werknemers premiekorting toegepast bij hun tweede dienstbetrekking, terwijl zij deze korting bij de eerste dienstbetrekking niet toepaste. De Inspecteur stelde dat de maximale premiekortingsperiode bij de eerste dienstbetrekking was begonnen en heeft naheffingen opgelegd.
Het Hof oordeelde dat de premiekorting opnieuw kan worden toegepast bij een opvolgende dienstbetrekking en dat de regels over onderbrekingen in de Regeling Wfsv niet van toepassing zijn als bij de eerste dienstbetrekking geen premiekorting is toegepast. Tevens stelde het Hof dat de bewijslast voor het al dan niet toepassen van premiekorting bij eerdere dienstbetrekkingen bij de Inspecteur ligt.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel van de Staatssecretaris en bevestigde de uitleg van het Hof over de premiekorting en de bewijslastverdeling. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten. Hiermee is de naheffingsaanslag verminderd en de premiekorting bij opvolgende dienstbetrekkingen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd.