ECLI:NL:HR:2025:690
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2020
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 maart 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant afwees. Het geschil betreft een aan belanghebbende opgelegde aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2020.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen de uitspraak van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 25 april 2025 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.