ECLI:NL:HR:2025:556
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vergoeding bezwaar naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag betreffende de toekenning van een vergoeding op grond van artikel 7:15 lid 2 Awb Pro voor de behandeling van bezwaar tegen een naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en deze niet ontvankelijk of gegrond bevonden, mede gelet op de motieven zoals uiteengezet in een gelijktijdig gewezen arrest met nummer 24/03094, waarin dezelfde partijen betrokken waren.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee is het hofarrest in stand gebleven en is de vergoeding voor de bezwaarprocedure bevestigd.
Het arrest is op 11 april 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarmee de procedure definitief is afgerond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.