ECLI:NL:HR:2025:524

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2025
Publicatiedatum
4 april 2025
Zaaknummer
22/03997
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311.1.4 SrArt. 6 lid 1 EVRMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in medeplegen diefstal

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte in een zaak over medeplegen diefstal. De benadeelde partij, een besloten vennootschap, had een vordering tot schadevergoeding ingesteld. Het hof had deze vordering ontvankelijk verklaard, ondanks dat niet was vastgesteld of de vertegenwoordiger bevoegd was. De Hoge Raad verwijst hiervoor naar een gelijktijdig arrest waarin dit is toegelicht en verwerpt het middel.

Verder beoordeelde de Hoge Raad de overige klachten van de verdachte, maar vond deze niet voldoende voor vernietiging van het arrest van het hof. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf van 26 naar 25 weken.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verwerpt het beroep voor het overige. Hiermee wordt het arrest van het hof in stand gelaten behalve de strafduur die wordt aangepast.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd naar 25 weken wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt verder verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03997
Datum15 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 oktober 2022, nummer 20-001580-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.N. Vermeij, advocaat in Den Haag, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof de vordering van de benadeelde partij [A] B.V. ontvankelijk heeft geacht terwijl het hof niet heeft vastgesteld dat [betrokkene 1] , die namens deze benadeelde partij die vordering heeft ingesteld, daartoe bevoegd was en dat het hof om diezelfde reden het opleggen aan de verdachte van de schadevergoedingsmaatregel ontoereikend heeft gemotiveerd.
2.2
Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, faalt het. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 22/03996, ECLI:NL:HR:2025:523.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 26 weken.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 25 weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 april 2025.