Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 april 2025.
Hoge Raad
In deze zaak hebben TER Ingredients GmbH & Co. KG en TER Ingredients Verwaltungs GmbH (gezamenlijk TER c.s.) cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2024. Het geschil betreft een verzoek om aanvulling van dat arrest op grond van artikel 32 Rv Pro, dat door het hof was afgewezen.
De Hoge Raad heeft de klachten van TER c.s. beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij is overwogen dat het niet nodig is om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep van TER c.s. verworpen en hen veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 873 aan verschotten en € 2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen voldaan.
De uitspraak is gedaan door de vicepresident Polak als voorzitter en de raadsheren Lock en ter Heide, waarbij raadsheer ter Heide de uitspraak in het openbaar heeft uitgesproken op 4 april 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van TER c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.