Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:484

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 maart 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
24/02003
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:230l BWArt. 6:230m BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak beroepsaansprakelijkheid advocaat en consumentenrecht

De zaak betreft een cassatieberoep van eiser tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 februari 2024, waarin het hof een eerdere uitspraak bevestigde in een geschil over beroepsaansprakelijkheid van een advocaat en mogelijke schending van informatieplichten onder consumentenrecht.

Eiser stelde dat het hof onjuist had geoordeeld over de toepassing van artikelen 6:230l en 6:230m BW en de vraag of sprake was van een oneerlijke handelspraktijk. Verweerders verschenen niet in cassatie, waardoor verstek werd verleend.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies en wees het beroep af zonder inhoudelijke motivering, omdat de klachten niet leiden tot vernietiging en geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.

Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die echter nihil werden vastgesteld. Het arrest werd op 28 maart 2025 gewezen door de president, vicepresident en raadsheren van de civiele kamer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten, vastgesteld op nihil.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/02003
Datum28 maart 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: J. van Weerden,
tegen
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [verweerder 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/382595 / HA ZA 21-49 van de rechtbank Gelderland van 9 juni 2021 en 24 augustus 2022;
b. de arresten in de zaak 200.320.115 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2023 en 20 februari 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 20 februari 2024 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter, de vicepresident M.V. Polak en de raadsheren F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
28 maart 2025.