ECLI:NL:HR:2025:428
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 augustus 2024. Het ingediende beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De Hoge Raad heeft belanghebbende op 2 oktober 2024 via het digitale dossier en e-mail in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 13 november 2024. Een brief van belanghebbende die op 17 november 2024 werd ontvangen, kwam te laat en werd buiten beschouwing gelaten.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk met toepassing van artikel 6:6 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 21 maart 2025 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden en het niet tijdig herstellen van het verzuim.