ECLI:NL:HR:2025:1992
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan in het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025. Het beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard omdat Bartels Consultancy B.V. het verschuldigde griffierecht niet had betaald. De griffier van de Hoge Raad had Bartels op 5 september 2025 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief werd afgehaald, maar het griffierecht werd niet voldaan. Op 6 oktober 2025 kreeg Bartels opnieuw de gelegenheid om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar ook hierop werd geen gebruik gemaakt. De Hoge Raad oordeelde dat het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om Bartels te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door vice-president J.A.R. van Eijsden, samen met de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, en werd openbaar uitgesproken op dezelfde datum.