ECLI:NL:HR:2025:1977
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan over het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025. De Hoge Raad heeft vastgesteld dat Bartels niet heeft voldaan aan de verplichting om griffierecht te betalen. De griffier van de Hoge Raad heeft Bartels op 5 september 2025 per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is door Bartels afgehaald, maar het griffierecht is niet betaald. Op 6 oktober 2025 heeft de griffier Bartels opnieuw in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar ook hierop heeft Bartels geen actie ondernomen. Gezien deze omstandigheden heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om Bartels te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is openbaar uitgesproken en is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, met de waarnemend griffier aanwezig.