Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak hebben de erfgenamen cassatieberoep ingesteld tegen beschikkingen van het gerechtshof 's-Hertogenbosch die betrekking hadden op een verzoek om machtiging tot beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap. De kwestie betrof onder meer de toerekening van kennis aan de executeur van de nalatenschap.
De procedure begon bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant met een beschikking op 26 juli 2023, waarna het gerechtshof op 25 april 2024 en 20 februari 2025 beschikkingen gaf. De erfgenamen waren de verzoekers tot cassatie, terwijl de verweerster en de executeur niet verschenen en geen verweerschrift indienden.
De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de erfgenamen schriftelijk reageerde. De Hoge Raad heeft de klachten van de erfgenamen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de hofbeschikkingen. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep van de erfgenamen verworpen en de beschikking op 19 december 2025 in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide. Hiermee blijft de beslissing van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beslissingen van het hof over het verzoek tot machtiging beneficiaire aanvaarding.