Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot diefstal met geweld. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van de verdachte, maar vond deze niet aanleiding tot vernietiging van het hofarrest behalve ten aanzien van de strafmaat.
De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met vermindering naar een gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad volgde dit advies en constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg daarvan vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend ten aanzien van de strafduur, en verminderde de gevangenisstraf van 29 maanden naar 28 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 9 december 2025.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 29 naar 28 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het hofarrest wordt verder bevestigd.