ECLI:NL:HR:2025:1834
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslagen onroerendezaakbelasting voor 2021 na cassatie
Het arrest betreft een cassatieprocedure tussen het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep en belanghebbende, een B.V., over de aanslagen onroerendezaakbelasting voor het jaar 2021. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest van 26 september 2025 waarin reeds was beslist dat de uitspraak van het hof niet in stand kon blijven en de aanslagen verminderd moesten worden.
In deze procedure is de Hoge Raad ingegaan op de omvang van de proceskostenvergoeding, waarbij belanghebbende nadere gegevens mocht verstrekken om aan te tonen dat sprake was van een bijzonder geval. Belanghebbende heeft echter laten weten dat hierover een afspraak is gemaakt, waardoor de Hoge Raad afziet van een veroordeling in de kosten.
Uiteindelijk verklaart de Hoge Raad het principale beroep van het dagelijks bestuur ongegrond en het incidentele beroep van belanghebbende gegrond. De uitspraak van het hof wordt vernietigd voor zover deze betrekking heeft op de vermindering van de aanslagen. De aanslagen worden verminderd tot aanslagen berekend naar de WOZ-waarden en het tarief dat gold direct voorafgaand aan 2021 voor eigenaren van niet-woningen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025. Voor de behandeling van het cassatieberoep wordt griffierecht geheven aan het dagelijks bestuur.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslagen onroerendezaakbelasting 2021 tot aanslagen berekend naar de WOZ-waarden en het tarief van het voorafgaande jaar.