ECLI:NL:HR:2025:1741
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2016
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 juni 2023, waarin het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016 en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. Omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, was het niet nodig om deze nader te motiveren volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.