ECLI:NL:HR:2025:1740
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2020
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 6 februari 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2020 behandelde.
Het dagelijks bestuur van Cocensus diende een verweerschrift in, maar dit werd door de Hoge Raad niet in behandeling genomen omdat het na de gestelde termijn was ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming oproepen, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten slotte zag de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 21 november 2025 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.