Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
18 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een overval op 27 augustus 2021 in Dordrecht waarbij verdachte samen met een ander een Rolex-horloge heeft weggenomen met geweld. Het hof Den Haag achtte verdachte medepleger op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van slachtoffers en getuigen, ANPR-gegevens, historische telefoondata en camerabeelden. De verdachte voerde een alternatief scenario aan dat hij zijn auto had verhuurd en zijn telefoon in de auto had achtergelaten, maar dit werd door het hof als ongeloofwaardig verworpen.
In cassatie stelde verdachte dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd en dat de redelijke termijn was overschreden. De Hoge Raad verwierp het eerste middel en bevestigde dat het hof de bewezenverklaring toereikend had gemotiveerd. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, mede doordat de stukken te laat waren ingezonden en de uitspraak pas na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep volgde.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze van 30 maanden (waarvan 10 voorwaardelijk) naar 29 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 29 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.