Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 november 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van gewoontewitwassen van geldbedragen, zoals omschreven in artikel 420ter jo. 420bis.1.b Sr. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld en het cassatieberoep richtte zich onder meer op de vraag of het hof van de verdachte mocht verlangen dat zij een concrete en verifieerbare verklaring gaf over de herkomst van de geldbedragen.
De verdachte stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat zij wetenschap had van de criminele herkomst van de geldbedragen. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad aangegeven dat het niet nodig is om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte verworpen en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 11 november 2025.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof in de zaak van medeplegen gewoontewitwassen.