ECLI:NL:HR:2025:1574
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over aanslag inkomstenbelasting 2018 wegens schending hoorplicht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2018, inclusief de beschikking over belastingrente.
De Hoge Raad oordeelde dat de uitspraak van het Hof niet in stand kan blijven vanwege schending van de hoorplicht, zoals nader toegelicht in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2025:1473). Hierdoor vernietigde de Hoge Raad zowel het arrest van het Hof als de uitspraak van de Rechtbank en de Inspecteur.
De Hoge Raad droeg de Inspecteur op om met inachtneming van het arrest opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar van belanghebbende. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de cassatieprocedure en eerdere procedures bij Hof en Rechtbank moet vergoeden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, eerdere uitspraken zijn vernietigd en de Inspecteur moet opnieuw uitspraak doen met inachtneming van het arrest.