Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De verdachte, werkzaam als gezinshuisouder, werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens meermalen gepleegde ontucht met een 19-jarige cliënt, diefstal met behulp van valse sleutels en het toezenden van pornografische afbeeldingen. De straf bestond uit 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
De verdachte had voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep een verzoek tot aanhouding ingediend vanwege medische omstandigheden, maar dit werd door het hof afgewezen omdat het verzoek onvoldoende was onderbouwd en het belang van een voortvarende afdoening zwaarder woog.
In cassatie stelde de verdachte meerdere klachten aan het hofarrest, waaronder over de strafmotivering en de afwijzing van het aanhoudingsverzoek. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het hofarrest met een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, blijft in stand.