Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 9 december 2025 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 september 2024. De verdachte, geboren in 1967, was aangeklaagd voor ontucht met een 19-jarige cliënt, diefstal met valse sleutels en het toezenden van pornografische afbeeldingen. De verdachte had voorafgaand aan de zitting in hoger beroep een aanhoudingsverzoek ingediend op medische gronden, maar dit werd door het hof afgewezen. Het hof oordeelde dat de onderbouwing van het verzoek onvoldoende was en dat de ouderdom van de feiten en het belang van het slachtoffer bij een snelle afdoening zwaarder wogen. De Hoge Raad beoordeelde de cassatiemiddelen en concludeerde dat de klachten over de uitspraak van het hof niet konden leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het niet nodig was om te motiveren waarom het beroep werd verworpen, aangezien de vragen die aan de orde waren niet van belang waren voor de ontwikkeling van het recht. De uiteindelijke beslissing was dat het beroep werd verworpen.