Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
30 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 december 2022. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest alleen voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het arrest niet tot vernietiging leiden, behalve het cassatiemiddel dat betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. De stukken waren te laat door het hof ingezonden, en de uitspraak van de Hoge Raad vond plaats meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep.
Hierdoor is de redelijke termijn overschreden, wat leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met achttien maanden. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest uitsluitend voor de strafduur en vermindert deze tot zeventien maanden, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.