Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
28 januari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor meervoudige verkrachting op grond van het oude art. 242 Sr Pro. Het hof had in zijn oordeel een schakelbewijsconstructie toegepast waarbij de verklaringen van de aangeefsters op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoonden.
Het cassatieberoep richtte zich tegen deze bewijswaardering en de toepassing van het schakelbewijs. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte onderzocht maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig de motivering van het oordeel te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 28 januari 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.