ECLI:NL:HR:2025:1359
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerende zaakbelasting
Belanghebbende, erfgenaam van A, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerende zaakbelasting van de gemeente Wormerland voor het jaar 2021.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk en op 19 september 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.