ECLI:NL:HR:2025:1327
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in cassatie tegen schenkbelastingaanslag
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad inzake een aan hem opgelegde aanslag schenkbelasting. De zaak betreft onder meer de toepassing van art. 33(7) oud SW, art. 6:253 BW Pro, en kwesties rondom kruislings schenken, schenkingsvrijstelling eigen woning, derdenbeding, fiscale herkwalificatie en fraus legis.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en deze verworpen op de gronden die zijn uiteengezet in een gerelateerd arrest (ECLI:NL:HR:2025:1328).
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee wordt de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag bevestigd en blijft de aanslag schenkbelasting in stand.
Deze uitspraak is van belang voor de fiscale rechtspraak omtrent schenkbelasting, met name in situaties van kruislings schenken en de toepassing van fiscale vrijstellingen en herkwalificaties.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de schenkbelastingaanslag blijft gehandhaafd.