ECLI:NL:HR:2025:13

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2025
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
23/03576
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53 SvArt. 9a SrArt. 81 lid 1 ROArt. 359.2 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak openlijke geweldpleging pedojacht Hilversum

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2023, waarin hij werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging tijdens een pedojacht in Hilversum. De verdachte voerde onder meer aan dat zijn handelen niet wederrechtelijk was vanwege een beroep op burgeraanhouding op grond van artikel 53 Sv Pro.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het hof had geoordeeld dat het handelen van verdachte niet proportioneel was en dat hij niet slechts het doel had om de aangever over te dragen aan de opsporingsambtenaar. De strafmotivering van het hof, waaronder een gevangenisstraf van 15 dagen waarvan 14 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 150 uren, werd door de Hoge Raad niet aangetast.

De Hoge Raad bevestigde tevens de toepasselijkheid van artikel 9a Sr en artikel 359.2 Sv in deze zaak. Het arrest werd op 7 januari 2025 gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03576
Datum7 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2023, nummer 21-001361-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2025.