Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een mishandeling van een beveiliger waarbij de verdachte één vuistslag gaf na meermalen geduwd en geslagen te zijn door de aangever. Het hof had het beroep op noodweer verworpen omdat de vuistslag disproportioneel zou zijn in verhouding tot de aanranding. De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende nadere feiten heeft vastgesteld over de aard en ernst van het geweld van de aangever.
De Hoge Raad herhaalt de relevante proportionaliteitseis bij noodweer, waarbij een verdedigingshandeling niet in onredelijke verhouding mag staan tot de ernst van de aanval. Het hof heeft erkend dat sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, maar heeft het beroep op noodweer afgewezen op basis van de zwaarte van de vuistslag, zonder voldoende feitelijke onderbouwing.
Gelet op de pleitnota van de raadsman en de omstandigheden van het geval acht de Hoge Raad het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde beoordeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweer.