ECLI:NL:HR:2025:1235
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onherroepelijkheid WOZ-objectafbakening bij rioolheffing
Belanghebbende, een B.V., was tegen de voor het jaar 2022 opgelegde aanslag in de rioolheffing van de gemeente Westland in hoger beroep gegaan. De kern van het geschil betrof de objectafbakening waarop de WOZ-waarde is gebaseerd, die volgens belanghebbende onjuist was en vernietiging van de aanslag rechtvaardigde.
Het Gerechtshof Den Haag verwierp dit standpunt en oordeelde dat de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing rechtstreeks verwijst naar de WOZ-objectafbakening, waardoor deze niet in bezwaar en beroep tegen de aanslag kan worden aangevochten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de objectafbakening en de vastgestelde WOZ-waarde lijdelijk zijn ten opzichte van de aanslag in de rioolheffing.
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten van belanghebbende beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-objectafbakening blijft onherroepelijk bij de aanslag rioolheffing.