ECLI:NL:HR:2025:121

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2025
Publicatiedatum
23 januari 2025
Zaaknummer
24/00782
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over nabetaling na aandelentransactie

LCS Piping International B.V. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 5 december 2023, waarin een geschil over nabetaling na een aandelentransactie centraal stond. De klachten van LCS betroffen de bewijskracht van een onderhandse akte en de betrouwbaarheid van schriftelijke verklaringen.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Het oordeel is gegeven zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Tegen [verweerster] B.V. is verstek verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft het beroep van LCS verworpen en LCS veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van [verweerster] op nihil zijn begroot.

Het arrest is gewezen door vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van LCS Piping International B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/00782
Datum24 januari 2025
ARREST
In de zaak van
LCS PIPING INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
EISERES tot cassatie,
hierna: LCS,
advocaat: R.P. Streng,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster] ,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 29 september 2021 (in zaak C/10/624547/ HA ZA 21-776) en 1 juni 2022 (in zaak C/10/628255/ HA ZA 21-963);
b. het arrest in de zaak 200.314.527/01 van het gerechtshof Den Haag van 5 december 2023.
LCS heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt LCS in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
24 januari 2025.