Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
4 februari 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor bezit en vervaardigen van kinderporno en kreeg een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden waaronder het meewerken aan steekproefsgewijze controles van digitale gegevensdragers.
De Hoge Raad beoordeelde de toelaatbaarheid van deze bijzondere gedragsvoorwaarde en stelde vast dat het hof onvoldoende had gespecificeerd op welke wijze, door wie en met welke frequentie deze controles mochten plaatsvinden. Hierdoor was niet gewaarborgd dat het toezicht niet zou leiden tot een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte.
Hoewel de verdachte tijdens de terechtzitting zijn medewerking aan alle bijzondere voorwaarden had toegezegd, achtte de Hoge Raad dit onvoldoende om de onduidelijkheid over de controlepraktijken te compenseren. Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
De Hoge Raad bevestigde tevens de relevante wettelijke kaders omtrent bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke straffen en benadrukte het belang van een duidelijke formulering van gedragsvoorschriften die niet verder mogen gaan dan noodzakelijk voor het toezicht. De overige onderdelen van het beroep werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging wegens onvoldoende precisie in de bijzondere gedragsvoorwaarde en wijst de zaak terug.