Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
18 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een civiel hoger beroep na afwijzing van een schadevergoedingsvordering van een benadeelde partij in een strafzaak. De benadeelde partij, eigenaar van een juwelierswinkel die was overvallen, had immateriële en materiële schadevergoeding gevorderd van een medeplichtige die was veroordeeld in de strafzaak.
De rechtbank wees de schadevergoeding af wegens onvoldoende stelplicht van de benadeelde partij. In hoger beroep werd de vordering vermeerderd met materiële schade, waarna het hof de vordering alsnog toewijst. De benadeelde partij ging in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn schadevergoeding, maar de medeplichtige stelde dat het hof ten onrechte geen ambtshalve mondelinge behandeling had gelast.
De Hoge Raad overweegt dat de immateriële schadevergoeding in de strafprocedure wel degelijk mondeling is behandeld en dat de civiele rechter in hoger beroep niet verplicht is ambtshalve een mondelinge behandeling te gelasten, ook niet bij vermeerdering van de eis. De klacht wordt verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof hoefde geen ambtshalve mondelinge behandeling te gelasten.