ECLI:NL:HR:2025:1131
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen
Belanghebbende is voor het jaar 2011 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Hij stelde dat bij de oorspronkelijke aanslag te veel premie volksverzekeringen was geheven omdat hij een deel van het jaar niet premieplichtig was in Nederland. Het Hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de navorderingsaanslag alleen betrekking had op de inkomstenbelasting.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de navorderingsaanslag ook de premie volksverzekeringen omvatte en dat hij daarom de verschuldigdheid van die premie in deze procedure mocht aanvoeren. De Hoge Raad verwierp dit betoog en bevestigde dat hoewel de navorderingsaanslag premie en inkomstenbelasting kan omvatten, de oorspronkelijke aanslag zelf niet kan worden verminderd in deze procedure.
De Hoge Raad benadrukte dat de belanghebbende de navorderingsaanslag mag bestrijden met argumenten die erop wijzen dat meer premie is nagevorderd dan oorspronkelijk te weinig is geheven, ook als de oorspronkelijke aanslag onherroepelijk is. Indien de rechter deze argumenten gegrond acht, kan hij de navorderingsaanslag verminderen of vernietigen, maar niet de oorspronkelijke aanslag. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft in stand zonder vermindering van de oorspronkelijke premie.