Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 1 juli 2025 het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen een beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had op 12 november 2024 een vordering van het openbaar ministerie toegewezen tot het verlenen van machtiging voor het gebruik van medische persoonsgegevens die door een multidisciplinaire commissie waren verkregen, ondanks dat de verdachte medewerking weigerde.
De zaak betreft een verdachte die wordt verdacht van ernstige geweldsdelicten, waaronder pogingen tot verkrachting. De verdachte was ter observatie opgenomen in het Pieter Baan Centrum, maar werkte niet mee aan het onderzoek en gaf geen toestemming voor het gebruik van zijn medische gegevens, mede uit bescherming van de privacy van zijn ex-vriendin. De multidisciplinaire commissie had echter geadviseerd dat bepaalde medische gegevens bruikbaar waren voor nader onderzoek naar een mogelijke stoornis van de geestvermogens van de verdachte.
Het hof oordeelde dat de te verstrekken gegevens een substantiële toegevoegde waarde hadden voor het onderzoek naar de toerekenbaarheid en het recidivegevaar, en dat de belangen van de ex-vriendin bij het beschermen van haar persoonsgegevens gerespecteerd konden worden door verwijdering van die gegevens zonder verlies van context. De Hoge Raad bevestigde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en voldoende had gemotiveerd waarom de vordering kon worden toegewezen. Het hof was niet gehouden tot nader onderzoek.
De beschikking bevestigt de proportionele afweging tussen het belang van de maatschappij bij het onderzoek en de privacybelangen van de verdachte en derden, en benadrukt de waarborgen in de wettelijke regeling voor doorbreking van het medisch beroepsgeheim.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de machtiging voor gebruik van medische persoonsgegevens ondanks de weigering van de verdachte.