Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 september 2022.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, penitentiaire kamer, die een vordering tot machtiging voor het gebruik van medische gegevens van een verdachte heeft afgewezen. De verdachte wordt verdacht van poging moord en heeft geweigerd medewerking te verlenen aan psychiatrisch onderzoek.
De multidisciplinaire commissie bracht een advies uit over de aanwezigheid en bruikbaarheid van persoonsgegevens betreffende een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de verdachte. Het hof stelde vast dat voldaan was aan de formele voorwaarden, maar oordeelde dat de verstrekking van de medische gegevens niet proportioneel was in het concrete geval, mede gelet op de aard van het delict, de persoon van de verdachte en de inhoud van het advies.
De Hoge Raad bevestigt het door het hof gehanteerde toetsingskader, waarin onder meer de subsidiariteit en proportionaliteit van de doorbreking van het medisch beroepsgeheim worden gewaarborgd. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de raadkamerprocedure van toepassing is en dat de termijn voor het instellen van cassatieberoep voor de verdachte veertien dagen bedraagt. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hof zijn beoordeling niet onbegrijpelijk heeft gemaakt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de machtigingsvordering wegens onvoldoende proportionaliteit.