ECLI:NL:HR:2025:1017

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2025
Publicatiedatum
26 juni 2025
Zaaknummer
25/00591
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake forensenbelasting aanslagen gemeente Vlissingen

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 januari 2025, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde forensenbelasting aanslagen over de jaren 2020 tot en met 2022 heeft behandeld.

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Vlissingen heeft verweer gevoerd middels een verweerschrift. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden.

De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat het niet noodzakelijk was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is op 27 juni 2025 in het openbaar gewezen door de raadsheren M.W.C. Feteris, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/00591
Datum27 juni 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VLISSINGEN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 januari 2025, nr. 23/1554 tot en met 23/1556 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 21/838, 22/587 en 23/620) betreffende aan belanghebbende voor de jaren 2020 tot en met 2022 opgelegde aanslagen in de forensenbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2025.