Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
- zijn arm terug te trekken,
- zich in tegengestelde richting te bewegen dan die [verbalisant 1] hem trachtte te bewegen,
- door die [verbalisant 1] naar voren te trekken,
- door zich los te rukken,
- door die [verbalisant 2] te duwen,
- door de armen van die [verbalisant 2] weg te slaan,
- door die [verbalisant 2] tegen de benen te trappen,
- door die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan, en
- door die [verbalisant 1] aan de arm te trekken,
terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een snee op de knokkel van de pink, twee bulten op het hoofd, een rood rechteroor en spierscheurtjes in de schouder bij die [verbalisant 1] en een zwelling en een bloeduitstorting boven de rechter elleboog, blaasjes/bultjes aan de binnenkant van een hand, krassen en een schaafplek op de rechterarm, beschadigingen aan de knokkels en een rood linkeroor bij die [verbalisant 2] ten gevolge heeft gehad.”
Ik zei op enig moment tegen [betrokkene 1]: “We hebben jou zien rijden, klaar.”. Ik hoorde dat [betrokkene 1] daarop antwoordde: “Ja dus?”
Ik zag en voelde dat [betrokkene 2] mij meerdere keren vastgreep. Op enig moment zag ik dat [betrokkene 2] op de grond terecht kwam. Terwijl ik met [betrokkene 2] in gevecht was voelde ik ineens dat ik van achteren aangevallen werd door [betrokkene 1]. Ik kon [betrokkene 1] van mij weg werken en zag dat hij op zijn rug op de stoep terecht kwam. Ik zag en voelde vervolgens dat [betrokkene 1] tegen mijn been aan trapte. Dit deed pijn. Vervolgens zag ik dat collega [verbalisant 1] de verdachte [betrokkene 2] met pepperspray bespoot. Ik zag dat [betrokkene 2] vervolgens zijn verzet staakte en even bleef staan. Ik zag ook dat [betrokkene 1] zijn verzet staakte en op zijn knieën ging zitten.
Ik zag dat er op de binnenkant van mijn hand net onder de duim meerdere zeer gevoelige blaasjes/bultjes zaten. Deze bultjes voelden alsof de huid verbrand is, en voelden enorm vervelend en pijnlijk aan. Ik zag en voelde dat ik op de binnenkant van mijn rechter arm krassen en een fikse schaafplek had. Dit deed pijn. Ik zag dat de huid van de knokkels van mijn linker pink en linker wijsvinger beschadigd was. Dit was gevoelig. Ik zag dat mijn linkeroor rood was en voelde dat deze pijn deed.
Het letsel en de pijn wat zojuist genoemd is, is allemaal het gevolg van het gevecht met [betrokkene 2].
Ik, [verbalisant 1], hoofdagent van politie, was op dinsdag 23 april 2019 omstreeks 17.00 uur samen met collega [verbalisant 2] belast met de algehele noodhulpsurveillance binnen district ’s-Hertogenbosch, team Maasland, standplaats Oss. Ik reed samen met collega [verbalisant 2] in een opvallend dienstvoertuig, we waren in uniform gekleed en zodanig herkenbaar als politieambtenaren.
(...)
Geboren: [geboortedatum]-1971 te [geboorteplaats]
Hierdoor was er zeer weinig werkruimte en voelde de gehele situatie als zeer bedreigend.
Ik zag en voelde dat ik een snee had op de knokkel van mijn linker pink. Ik voelde dat dit een erg stekende pijn gaf en ik zag dat er bloed uitkwam.
Op 25 april 2019 deed ik onderzoek naar de camerabeelden. Voor zover ik weet is het beeld opgenomen vanaf de bodycam, die mijn collega [verbalisant 1] droeg ten tijde van het incident, dat plaatsvond op 23 april 2019.
Toen mijn collega [verbalisant 1] bij de voordeur stond, ging de voordeur open. In de hal stond een jonge vrouw.
Ik zag dat hij een donkerblauw Adidas trainingspak met gele strepen vanaf de schouders, tot aan de onderzijde van de mouwen droeg. Uit het proces-verbaal van mijn collega [verbalisant 1] concludeer ik dat deze man [betrokkene 2] is, die in zijn proces-verbaal als [betrokkene 2] wordt genoemd. Zo zal hij ook in dit proces-verbaal worden genoemd.
Op 25 april 2019 keek ik de bodycambeelden die mijn collega [verbalisant 2] droeg ten tijde van het incident dat plaatsvond op 23 april 2019.
Uit het proces-verbaal van mijn collega [verbalisant 2] concludeer ik dat deze vrouw [verdachte] (het hof begrijpt telkens: verdachte) heet.
Uit de gezichtsuitdrukking van [verdachte] maakte ik op dat ze kwaad was. Vervolgens zag ik dat mijn collega [verbalisant 2] haar vastpakte en wegduwde en daarbij riep dat ze achteruit moest gaan want anders werd ze aangehouden. Waarop het beeld weer gedraaid werd richting [betrokkene 1] en mijn collega [verbalisant 1]. Tussen mijn collega [verbalisant 1] en Timmermans in stond ineens een man.
Hoofdincident
Registratienummer : 2019083226
Maatschappelijke klasse : Wederspannigheid (verzet)
Datum/tijd kennisname : dinsdag 23 april 2019 om 17:00 uur
Pleegdatum/tijd : Op dinsdag 23 april 2019 om 17:19 uur
Plaats voorval : [a-straat 1], [postcode] [plaats]
Soort locatie : Erf/tuin/balkon
Verbalisanten : (...)
[verbalisant 2]
[verbalisant 1]
(...)
[verbalisant 3]
25/04/2019 [verbalisant 3]
2 maal pv gemaakt van de bodycams. (...)
(...)
Letsel op woensdag 24 april 2019 omstreeks 15.00 uur:
Beide verdachten […] de gevarenclassificatie VERZETPLEGER toegekend in BVH.
18 geweldsmelding opgemaakt in BVH.
Letsel: op woensdag 24 april 2019 omstreeks 13.40 uur nog steeds last van mijn rechterarm boven de elleboog.
Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] komen op 23 april 2019 omstreeks 17.15 uur ter plaatse op het adres [a-straat 1] te [plaats], teneinde medeverdachte [betrokkene 1] aan te houden ter zake van overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. Op de beelden van de bodycams van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] is te zien en te horen dat verbalisant [verbalisant 1] aanbelt, waarna de deur wordt geopend door de verdachte. Op verzoek van de verbalisanten verschijnt vervolgens medeverdachte [betrokkene 1] in de deuropening. Verbalisant [verbalisant 1] deelt medeverdachte [betrokkene 1] mede dat hij wordt aangehouden ter zake van overtreding van de Wegenverkeerswet 1994, en vraagt hem of hij mee wil werken aan zijn aanhouding. [verbalisant 1] pakt medeverdachte [betrokkene 1] bij zijn arm, waartegen hij zich verzet door zijn arm met kracht terug te trekken.
2. De schuldige wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie, indien hij opzettelijk goederen vernielt of indien het door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
3°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien dat geweld de dood ten gevolge heeft.
(...)”
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie, indien zij zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben;
3°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien zij de dood ten gevolge hebben.”
2. De schuldige wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie, indien het door hem gepleegde misdrijf of de daarbij door hem gepleegde feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien zij zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben;
3°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien zij de dood ten gevolge hebben.”
4.Beslissing
25 juni 2024.