ECLI:NL:HR:2004:AR3230
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs voor letseltoebrenging bij openlijke geweldpleging
De Hoge Raad heeft op 16 november 2004 het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigd in een zaak waarin verdachte werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging met lichamelijk letsel tot gevolg. De bewezenverklaring bevatte alternatieven (‘en/of’) met betrekking tot het toebrengen van letsel aan drie slachtoffers, maar het hof had niet voldoende bewijs geleverd dat verdachte het letsel aan ieder van deze slachtoffers daadwerkelijk had toegebracht.
De zaak betrof een geweldsincident op 27 april 2001 op de Verlengde Willemsbrug te Rotterdam, waarbij meerdere personen betrokken waren. Uit verklaringen van slachtoffers en verdachte bleek dat verdachte samen met anderen geweld had gepleegd, waarbij diverse vormen van lichamelijk letsel waren toegebracht. Het hof had de verdachte veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf en een betalingsverplichting aan de benadeelden opgelegd.
De Hoge Raad oordeelde dat bij een bewezenverklaring met alternatieven elk alternatief door bewijsmiddelen gedragen moet worden. Nu dat niet het geval was voor het letsel aan twee van de slachtoffers, was de bewezenverklaring niet behoorlijk gemotiveerd. Daarom werd het arrest vernietigd en verwezen de Hoge Raad de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor hernieuwde berechting.
De uitspraak benadrukt de strikte bewijsvereisten bij openlijke geweldpleging met letsel en verduidelijkt dat de zwaardere strafbedreiging uit art. 141 lid 2 Sr Pro alleen geldt voor degene die het letsel zelf heeft toegebracht, niet voor mededaders.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat verdachte het letsel aan twee slachtoffers heeft toegebracht; de zaak is verwezen voor hernieuwde berechting.