Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de advocaat-generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
11 juni 2024.
Hoge Raad
De aanvraag tot herziening betreft een veroordeling van de aanvraagster voor overtreding van artikelen 2.2 lid 1 en lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008, gepleegd op 5 juli 2011 tijdens een protestactie tegen de ontruiming van een kraakpand. Het gerechtshof Amsterdam veroordeelde haar tot geldboetes en subsidiair hechtenis. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep in 2017.
De aanvraag tot herziening is gebaseerd op een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 21 november 2023, waarin werd vastgesteld dat de strafrechtelijke vervolging en veroordeling van de aanvraagster een schending vormde van artikel 11 EVRM Pro, het recht op vrijheid van vreedzame vergadering.
De advocaat-generaal concludeerde dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond moet verklaren en de zaak moet verwijzen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde de aanvraag gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het eerdere arrest op en verwees de zaak naar het gerechtshof Den Haag.
Deze beslissing sluit aan bij het arrest HR:2024:843 en betreft een belangrijke herziening waarbij internationale mensenrechtennormen prevaleren boven eerdere nationale veroordelingen. De zaak wordt opnieuw behandeld met inachtneming van de vastgestelde schending van het EVRM.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde behandeling.