ECLI:NL:HR:2024:781

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 mei 2024
Publicatiedatum
30 mei 2024
Zaaknummer
23/02155
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 149 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over kwalificatie geldnemer bij geldlening

Solidiam N.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 maart 2023, waarin een geschil speelde over de kwalificatie van de geldnemer bij een geldlening. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest van 29 oktober 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1615) en het Kribbebijter-criterium uit 1977.

De klachten van Solidiam betreffen onder meer vermeende miskenning van het Kribbebijter-criterium, het voorbijgaan aan essentiële stellingen en een onjuiste rechtsopvatting over artikel 149 Rv Pro. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Solidiam wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €7.115 aan verschotten en €2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren Sieburgh, Lock en Salomons en in het openbaar uitgesproken door ter Heide op 31 mei 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Solidiam wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/02155
Datum31 mei 2024
ARREST
In de zaak van
SOLIDIAM N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Solidiam,
advocaat: M.E. Franke,
tegen
DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN [erflater],
gewoond hebbende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de erven [erflater],
advocaten: T. van Tatenhove en L.V. van Gardingen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 20/01558 van 29 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1615;
b. het arrest in de zaak 200.303.801/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 maart 2023.
Solidiam heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De erven [erflater] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de erven [erflater] mede door H.A.A. Essebai.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Solidiam heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Solidiam in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven [erflater] begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Solidiam deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
31 mei 2024.