Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
31 mei 2024.
Hoge Raad
Solidiam N.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 maart 2023, waarin een geschil speelde over de kwalificatie van de geldnemer bij een geldlening. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest van 29 oktober 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1615) en het Kribbebijter-criterium uit 1977.
De klachten van Solidiam betreffen onder meer vermeende miskenning van het Kribbebijter-criterium, het voorbijgaan aan essentiële stellingen en een onjuiste rechtsopvatting over artikel 149 Rv Pro. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Solidiam wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €7.115 aan verschotten en €2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren Sieburgh, Lock en Salomons en in het openbaar uitgesproken door ter Heide op 31 mei 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Solidiam wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.