Belanghebbende verstrekte in 2017 en 2018 gezonde lunchmaaltijden aan haar werknemers, samengesteld volgens richtlijnen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum, als onderdeel van haar arbeidsomstandighedenbeleid gericht op gezondheid en ziekteverzuimpreventie.
Het Hof verwierp de toepassing van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen, omdat het verstrekken van gezonde maaltijden volgens het Hof slechts het algemene welzijn bevordert en niet direct samenhangt met de Arbowet.
De Hoge Raad corrigeerde dit oordeel en stelde dat de vrijstelling wel van toepassing is, omdat het arbeidsomstandighedenbeleid ook maatregelen kan omvatten die verder gaan dan de Arbowet voorschrijft en gericht zijn op ziekteverzuimpreventie. De verstrekking van gezonde maaltijden kan daaronder vallen.
De Hoge Raad verwierp ook het standpunt van de Inspecteur dat de vrijstelling niet geldt vanwege een aanmerkelijk privévoordeel of omdat de verstrekking pas schriftelijk was vastgelegd vanaf september 2018. De vrijstelling geldt voor de gehele periode en de verstrekking behoefde niet schriftelijk te zijn vastgelegd.
De uitspraak van het Hof, de Rechtbank en de Inspecteur werden vernietigd en belanghebbende kreeg een teruggaaf van €62.999 aan loonheffing toegewezen, inclusief vergoeding van griffierechten en proceskosten.