ECLI:NL:HR:2024:709
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen Rotterdam 2020
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 januari 2023, waarin het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Rotterdam werd behandeld. De zaak betrof beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rotterdam voor het jaar 2020.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. Er was geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand en is de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2020 definitief bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslagen onroerendezaakbelasting 2020 blijven in stand.