Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 mei 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 juni 2023, waarin de verdachte werd veroordeeld voor witwassen van een auto, horloge, kleding en een geldbedrag van €1.400. De verdachte stelde een cassatiemiddel in via zijn advocaat, gericht op een bewijsklacht over de herkomst van de goederen en het geldbedrag.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president van den Brink als voorzitter en de raadsheren van Strien en Dalebout, en uitgesproken op 14 mei 2024. Het beroep van de verdachte is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam.