Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
23 januari 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt centraal. Het hof had het voordeel geschat op basis van vijf eerdere oogsten, waaronder één oogst waarvan de betrokkene in de strafzaak was vrijgesproken. De rechtbank had alleen de aangetroffen 559 hennepplanten bewezen verklaard.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de schatting van het voordeel mede had gebaseerd op een feit waarvoor de betrokkene was vrijgesproken. Dit is in strijd met het legaliteitsbeginsel en het verbod van ne bis in idem. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de hoogte van de schatting en de betalingsverplichting betrof.
Daarnaast werd de betalingsverplichting verminderd met het bedrag dat correspondeert met de vrijgesproken oogst (€ 13.828). Ook werd rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, wat leidde tot een verdere vermindering van het te betalen bedrag.
De Hoge Raad deed de zaak zelf af en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 55.311 en de betalingsverplichting op € 52.546. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting wegens vrijspraak van een eerdere hennepoogst.