ECLI:NL:HR:2024:627
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen vennootschapsbelastingplicht voor afvalwaterzuiveringsbedrijf met eigen energieopwekking
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over de vennootschapsbelastingplicht van belanghebbende, een afvalwaterzuiveringsbedrijf, voor de jaren 2012 en 2013.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of belanghebbende belastingplichtig is op grond van artikel 2, lid 7, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, met name de meetrekregeling voor indirecte overheidsbedrijven en de kwalificatie als nijverheidsbedrijf vanwege eigen energieopwekking.
Het Hof oordeelde dat de meetrekregeling niet van toepassing is omdat de houdstermaatschappij grootmoeder 2 geen distributiebedrijf uitoefent en er geen groepsverbondenheid is met dochtervennootschappen die energiedistributiebedrijven exploiteren. Daarnaast is belanghebbende geen nijverheidsbedrijf omdat de opgewekte elektriciteit nagenoeg geheel voor eigen gebruik is en niet met winst wordt geproduceerd.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Het incidentele beroep van belanghebbende vervalt omdat het alleen zou slagen als het principale beroep slaagt. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende niet vennootschapsbelastingplichtig is voor 2012 en 2013.