ECLI:NL:HR:2024:538
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze brief was onbestelbaar en werd daarna via gewone brief verzonden. Het griffierecht werd niet voldaan.
De Hoge Raad stelde belanghebbende in de gelegenheid om te reageren op de niet-betaling en een beroep op betalingsonmacht te onderbouwen. De reactie van belanghebbende kwam te laat en voldeed niet aan de criteria voor betalingsonmacht zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 5 april 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.